Voor veel emigranten, grenswerkers of gepensioneerden die hun leven in Italië hebben opgebouwd, is de auto een centrale kostenpost. Daarbij zijn niet de aanschafkosten doorslaggevend, maar de lopende uitgaven: brandstof, verzekering, belastingen, onderhoud en tol. Een vergelijking tussen Italië en Duitsland laat duidelijke structurele verschillen zien die in het dagelijks leven merkbaar doorwegen.
Brandstofprijzen: Italië gemiddeld duurder
Bij het tanken ligt Italië al jaren boven het Duitse niveau. Benzine en diesel zijn er zwaarder belast, en regionale verschillen drukken de prijs minder dan in Duitsland. Waar Duitse automobilisten profiteren van stevige concurrentie tussen vrije tankstations en discounters, zijn de prijzen in Italië homogener. Vooral langs snelwegen en in stedelijke agglomeraties kunnen de literprijzen aanzienlijk hoger liggen dan het Duitse gemiddelde. Wie veel rijdt, merkt dat verschil snel in het maandbudget.
Een bijzonder opvallend verschil is te zien bij de aansprakelijkheidsverzekering. In Italië is de zogenoemde RC Auto verplicht en in Europees perspectief duur. De premies hangen sterk af van de woonplaats. In regio's als Campanië of Latium liggen ze soms een veelvoud hoger dan vergelijkbare bijdragen in Duitsland. De oorzaken zijn hoge schadequotes, verzekeringsfraude en een sterk gereguleerde markt. In Duitsland zijn aansprakelijkheids- en cascoverzekeringen aanzienlijk goedkoper en sterker geïndividualiseerd, onder meer door schadevrije jaren en de mogelijkheid om jaarlijks van aanbieder te wisselen.
Motorrijtuigenbelasting: cilinderinhoud en vermogen spelen in Italië een grotere rol
De Italiaanse motorrijtuigenbelasting, de zogenoemde Bollo Auto, wordt regionaal geheven en is vooral gebaseerd op motorvermogen en emissieklasse. Voor voertuigen met een hoger pk-vermogen valt die belasting aanzienlijk hoger uit dan in Duitsland. Daarnaast bestaat voor bijzonder krachtige voertuigen de zogenoemde Superbollo, die enkele honderden euro's per jaar kan bedragen. In Duitsland is de motorrijtuigenbelasting meer gebaseerd op cilinderinhoud en CO₂-uitstoot, wat moderne en zuinige voertuigen begunstigt.

De wettelijk verplichte voertuigkeuring, de Revisione, is in Italië goedkoper dan de Hauptuntersuchung in Duitsland, maar moet eveneens periodiek worden uitgevoerd. Ook werkplaatsuren zijn in Italië doorgaans voordeliger, met name buiten de grote steden. Onderdelen kosten echter ongeveer evenveel als in Duitsland. Al met al liggen onderhouds- en reparatiekosten in Italië iets onder het Duitse niveau, wat de hogere vaste kosten gedeeltelijk compenseert.
Italië: snelwegtol en overige kosten
Een belangrijk kostenonderdeel in Italië is de snelwegtol. Vrijwel alle Autostrade zijn tolplichtig en kunnen bij regelmatig gebruik aanzienlijke extra kosten met zich meebrengen. In Duitsland bestaat voor personenauto's vooralsnog geen snelwegtol. Daar staat tegenover dat parkeren en stedelijke mobiliteit in veel Italiaanse steden duurder zijn, onder meer door betaalde zones, beperkte toegang en hoge parkeerkosten in historische centra.
Per saldo is autorijden in Italië in het dagelijks gebruik doorgaans duurder dan in Duitsland. De belangrijkste oorzaken zijn de hoge autoverzekering, hogere brandstofprijzen en de snelwegtol. Kosten die ingecalculeerd moeten worden. Duitsland scoort beter met goedkopere verzekeringen en het ontbreken van snelwegtol voor personenauto's, terwijl Italië bij werkplaatskosten en technische keuringen iets voordeliger is. Wie permanent in Italië woont of emigratie overweegt, doet er goed aan deze verschillen realistisch mee te nemen in de jaarlijkse budgetplanning.




