In het hart van Zuid-Italië, waar de lucht naar koffie geurt en gesprekken moeiteloos overgaan in zang, leeft een bijzondere culturele traditie: de neapolitaanse Smorfia. Dit folkloristische systeem omvat de getallen 1 tot en met 90, waarbij elk getal een symbolische betekenis heeft: een persoon, een voorwerp, een gebeurtenis of zelfs een emotie. De Smorfia dient om dromen of alledaagse situaties te vertalen naar de taal van de getallen. Wie iets heeft gedroomd, raadpleegt de Smorfia, zoekt het bijbehorende getal op en speelt dat in de loterij. Maar deze traditie gaat veel verder dan louter geloof in geluk. De Smorfia is een uniek woordenboek dat droom en werkelijkheid, magie en humor, alledaagsheid en mystiek met elkaar verbindt.
Italianen, en zeker de Napolitanen, weten van jongs af aan dat bijvoorbeeld het getal 1 staat voor Italië of voor een persoon in het algemeen, 13 voor de heilige Antonius, beschermheilige van de verlorenen, 17 voor ongeluk en 48 voor een sprekende dode. En 90, het hoogste getal in de reeks, staat voor angst. Ook getallen die vaak in gesprekken opduiken hebben opvallende betekenissen: 9 staat voor een klein meisje, symbool voor jeugd en zuiverheid; 16 voor de billen, een ironisch of zelfs provocerend getal dat vaak humoristisch wordt gebruikt; 18 voor bloed, wat kan wijzen op gevaar, trauma of emotionele schok.
Welk getal is dat?
Opvallend genoeg is de Smorfia niet in heel Italië gelijk. De bekendste variant is de neapolitaanse, maar er bestaan ook siciliaanse, romeinse en aangepaste versies binnen Italiaanse diasporagemeenschappen wereldwijd, met name in Argentinië. In Buenos Aires verschijnen tot op de dag van vandaag kranten met 'getallen van de week', gekoppeld aan de dromen van lezers.
Sommige getallen hebben betekenissen die de moderne lezer absurd of komisch kunnen voorkomen. Bijvoorbeeld: 2 staat voor meisje, 4 voor priester, 26 voor een geldbedrag, 42 voor watermeloen, 44 voor gevangene, 58 voor cadeau, 77 voor 'de duivel in een rok' (een vrouw die problemen veroorzaakt, klassieke neapolitaanse humor), 88 voor ergernis en 89 voor een oude vrouw.
Het is een soort encyclopedie van het dagelijks leven en het geloof van gewone mensen: met een snufje humor, angst, liefde en scherpe observaties. De Smorfia helpt niet alleen dromen te duiden, ze is ook een middel om de werkelijkheid te begrijpen en te benoemen wat iemand bezighoudt, via een cijfercode. Vandaar dat men in de volksmond zegt: "Vraag jezelf eerst: wat heb je gedroomd? En dan: welk getal is dat?"
Nog een interessant feit: veel mensen hebben thuis speciale Smorfia-boeken. In die boeken staan bij elk voorval, bijvoorbeeld 'ruzie met moeder' of 'een kikker zien', meerdere getallenvarianten die men voor de loterij kan combineren. Zo is 'ruzie' het getal 7 en 'moeder' het getal 52, dus de combinatie is 7-52. Zulke 'rekenkundige folklore' geeft mensen het gevoel deel te nemen aan iets magisch.
De geschiedenis van de Smorfia gaat ver terug
Maar waar komt dit alles vandaan? De geschiedenis van de Smorfia gaat ver terug, tot in de oudheid. In het oude Griekenland geloofde men dat dromen door de goden werden gezonden, met name door Morpheus, de god van de dromen, wiens naam aan de Smorfia haar naam gaf. In de romeinse traditie werden dromen geduid door priesters, later door gewone mensen. Met de opkomst van het christendom ontstond het idee dat dromen 'tekens van bovenaf' of waarschuwingen konden zijn. Juist in Napels groeide deze traditie uit tot iets bijzonders en zeer levendigs.
In de 17e en 18e eeuw begonnen in Napels de eerste systematische 'getallentabellen' te verschijnen, waarin dromen en gebeurtenissen aan bepaalde getallen werden gekoppeld. Omdat een groot deel van de bevolking weinig onderwijs had genoten, werd dit 'getallenwoordenboek' een handig middel om te spreken over het leven, dromen, religie en zelfs over taboeonderwerpen. De Smorfia werd het volkse antwoord op de behoefte aan symbolen en verklaringen die voor iedereen toegankelijk waren.
Een belangrijke rol bij de popularisering van de Smorfia speelde ook het lotto, dat in Napels al tijdens de Spaanse overheersing sterk opkwam. Getallen uit dromen spelen werd voor velen een ritueel en een hoop. Zeker voor arme mensen, die geloofden dat een droom en het juiste getal het lot konden keren. De Smorfia ontwikkelde zich tot een collectieve taal, gevuld met humor, filosofie, licht fatalisme en geloof in wonderen.
Een culturele code
Ook vandaag is de Smorfia een herkenbare culturele code. In Napels en daarbuiten zijn Smorfia-getallen te zien op T-shirts, in straatkunst, op posters en graffiti. Een T-shirt met het getal '48' kan bijvoorbeeld een glimlach of ironie oproepen, want iedereen weet dat dit 'de sprekende dode' is. Zulke beelden worden onderdeel van humor, protest en soms gewoon van stedelijke stijl. Het is een manier om met één enkel getal meer te zeggen dan woorden vermogen.
Ondanks haar humoristische karakter biedt de Smorfia mensen vaak een middel om houvast of rust te vinden. Een droom omzetten in een getal is als orde scheppen in chaos, het onbekende een naam geven. De Smorfia is niet zomaar een spel; het is het geloof dat de wereld, hoe vreemd ze ook mag zijn, een verborgen ordening kent en dat elk verhaal, zelfs het kleinste, zijn eigen getal heeft.




