Wie Italië werkelijk wil begrijpen, moet afdalen. Niet naar musea of catacomben, maar naar de plekken waar het land al millennia lang door steen en gebergte heen werkt. Tunnels zijn in Italië niet alleen infrastructuur , ze maken deel uit van de nationale identiteit. Van het Romeinse aquaduct tot de Brenner-Basistunnel weerspiegelen deze ondergrondse bouwwerken een geschiedenis van technische durf, politieke ambities en geologische uitdagingen.
Van de Romeinen tot de renaissance van de tunnelbouw
Al de Romeinen wisten het: wie een rijk wil verbinden, moet graven. De Grotta di Cocceio bij Napels, bijna een kilometer lang en in de eerste eeuw voor Christus volledig met de hand door de tuffsteen gedreven, verbond Cumae met het Lago d'Averno . Een logistieke meesterprestatie voor haar tijd. Zulke vroege tunnels waren meer dan technische werken; ze waren manifestaties van macht, organisatie en precisie.
Twee millennia later wordt er opnieuw geboord. Italië is uitgegroeid tot een laboratorium van moderne ingenieurkunst , een land dat zich door gebergten, vulkanen en stedelijke lagen boort om zichzelf beter te verbinden.
De langste tunnel van Europa is in aanbouw
Het meest ambitieuze project van dit nieuwe tijdperk bevindt zich diep in de Alpen: de Brenner-Basistunnel (BBT). Met 64 kilometer wordt het na voltooiing in 2032 de langste spoorwegtunnel van Europa. De opdracht is even eenvoudig als monumentaal: het verkeer tussen Noord- en Zuid-Europa verschuiven van de weg naar het spoor.
De visie is groen, de weg ernaartoe hobbelig. Meer dan 10 miljard euro aan bouwkosten, geologische verrassingen, milieueisen en politieke vertragingen maken de tunnel tot een van de meest complexe bouwprojecten van het continent. Volgens een bericht van ANSA is het project al nu een Europees record, en een symbool voor de verandering in mobiliteit.
Ook de regionale pers volgt de bouw op de voet: de Corriere dell'Alto Adige beschrijft hoe de Brennertunnel op lange termijn gevolgen kan hebben voor het vrachtverkeer en het alpiene milieu.
Tunnels als antwoord op Italië's geografie
In nauwelijks enig ander Europees land zijn tunnels zo alomtegenwoordig als in Italië. De geografie dwingt ertoe: bergketens, smalle dalen, aardbevingszones. De A1-snelweg, Italië's Noord-Zuid-as, verdwijnt over grote trajecten onder de grond, net als de hogesnelheidslijnen tussen Bologna en Florence of Napels en Rome.
In het noorden werkt Italië ook aan een volgend grootschalig project: de TAV-hogesnelheidslijn tussen Turin en Lyon, waarvan de bouw inmiddels meer dan 45 kilometer tunnel omvat. De oplevering is volgens de Corriere della Sera echter nog minstens acht jaar weg.
Risico's, schandalen en vindingrijkheid
Maar Italië's passie voor tunnels heeft ook een keerzijde. Instortingen, kostenexplosies, corruptieschandalen: ze begeleiden de grootschalige projecten net zo goed als vooruitgang en trots. De instorting van de Monte-Mario-tunnel bij Rome in 2014 en de omkopingsschandalen rond de MOSE-vloedkering van Venetië hebben aangetoond dat menselijke zwakheden zelfs ondergronds zichtbaar blijven.
Toch wijst de richting naar beneden, in de beste zin. Tunnels zijn allang meer dan verkeersaders. In Milaan ontstaan ondergrondse logistieke centra, Rome plant autonome metrolijnen en wijnmakers in Toscane maken gebruik van rotskelders met digitaal gestuurd microklimaat. Zo wordt graven in Italië een culturele constante, een beweging die verleden en toekomst met elkaar verbindt.




