Zum Inhalt springen

Met de auto van Duitsland naar Zuid-Italië: een ervaringsverhaal

Bastian Glumm500 weergaven
De Autostrada-rastplaatsen in Italië zijn altijd druk bezocht, soms ronduit overvol. Een stop daar kan al snel uitlopen op echte stress.

De Autostrada-wegrestaurants in Italië zijn altijd druk bezocht, soms zelfs ronduit overvol. Een pauze daar kan dan ook zomaar uitlopen op echte stress.

(Foto: © Bastian Glumm)
Delen:

De afgelopen jaren hebben we de route van Solingen naar Pozzuoli zeven of acht keer met de auto gereden. In het hoogseizoen, als de hitte boven de Autostrada trilt. In de winter, als de passen zo nu en dan sneeuw dragen. Met een pech bij Parma op de heenweg. En nog een pech bij Milaan op de terugweg. Twee keer pech tijdens één enkele reis. Met een stuk wegpuin op de ringweg rond Rome dat een knal als een schot produceerde en ons even deed denken dat de auto verloren was. En toch elke keer aangekomen.

Dit artikel is geen theoretische reisgids, maar een eerlijk reisverslag. Van de routekeuze tot de tussenstop, van het juiste moment om te tanken tot wat er gebeurt als het echt misgaat.

De twee routes: Zwitserland of Oostenrijk?

Er zijn twee logische wegen van Noordrijn-Westfalen naar Zuid-Italië, en we kennen beide uit eigen ervaring. De kortste route van Solingen naar Pozzuoli is ongeveer 1.600 kilometer. We hebben dit traject altijd in twee etappes afgelegd.

Deine Meinung

Wie legst du die Strecke nach Süditalien zurück?

Eine Antwort auswählen — das Ergebnis erscheint sofort.

Route 1: Via Zwitserland en het Comomeer

Vanuit Solingen rijd je via de A3 richting het zuiden, dan door Zwitserland, Basel, Gotthard of Lukmanier, en verder via het Comomeer naar Milaan. Dit is de meest directe route als je naar de Emilia-Romagna, Toscane of Zuid-Italië wilt.

In Zwitserland is een vignet verplicht. Wie zonder rijdt en wordt betrapt, betaalt forse boetes. Het jaarvignet kost ongeveer 40 Zwitserse frank en moet worden gekocht vóór men de snelweg oprijdt. Een dagvignet bestaat niet. Aankoop kan gemakkelijk van tevoren online worden gedaan. Of je koopt een vignet bij de laatste twee snelwegparkeerplaatsen vóór de grens. Of direct bij de grensovergang, ook dat is mogelijk. Eerlijk gezegd rijd ik niet graag over deze route. De drieënhalf uur door Zwitserland rekken zich eindeloos op en lijken maar geen einde te nemen. Daarom hebben we de laatste tijd vaker gekozen voor de iets langere variant via Oostenrijk. Vanaf Milaan gaat het verder over de A1, de beroemde Autostrada del Sole, richting het zuiden. Dit is de route die we het vaakst hebben gereden.

Route 2: Via Oostenrijk en de Brenner

Het alternatief loopt via München, dan over de A93 via de Brennerpas naar Oostenrijk en verder via Innsbruck naar Italië, langs het Gardameer , door Verona en dan eveneens de A1 op. Deze route is iets langer, maar landschappelijk indrukwekkender. We hebben hem de laatste keer twee keer gereden. Wie snel wil aankomen, neemt de Zwitserse route. Wie van het rijden geniet en onderweg meer wil zien, rijdt via de Brenner. In Oostenrijk geldt ook vignetplicht, en de Brennersnelweg brengt bovendien tol met zich mee.

De tol in Italië

Vanaf de grens begint de tolplicht op de snelwegen. Het systeem is complex: tolstations komen elke paar honderd kilometer, en de kosten lopen op. Van de grens bij Verona tot Napels kan al snel 60 tot 80 euro worden betaald. Wie de route regelmatig rijdt, zou de Telepass moeten aanschaffen, een elektronisch tolsysteemdat automatisch afboekt en aanzienlijk snellere doorrijmogelijkheden biedt. Wij hadden het kleine tolkastje al bij onze eerste rit. De tol is daarmee iets duurder, maar de reis een stuk ontspannender.

Tanken in Italië

Tanken in Italië op de snelweg is aanzienlijk duurder dan bij gewone tankstations. Dat is in Italië niet anders dan in Duitsland. Wie de tijd heeft, kan de snelweg afrijden en een "gewoon" tankstation opzoeken. Wat velen niet weten: veel kleinere tankstations in Italië zijn 's middags gesloten. Wie om 13.00 uur wil tanken, staat soms voor gesloten deuren. Altijd geldt: let er goed op dat je bij een pomp staat waar zelfbediening geldt. Anders wordt het nog een stuk duurder.

In december 2025 zijn we op de A1 bij Parma gestrand en moesten we worden weggesleept. Twee weken later kregen we alweer een pech onderweg.

In december 2025 zijn we op de A1 bij Parma gestrand en moesten we worden weggesleept. Twee weken later hadden we de tweede pech.

(Foto: © Bastian Glumm)

Twee keer pech tijdens één reis, ja, dat kan

Je zou denken dat een autopech in Italië pech is. Twee keer pech tijdens één enkele heen- en terugreis? Dat klinkt als noodlot. Toch is het ons overkomen, en beide keren konden we er achteraf rustig over vertellen.

Pech 1: De A1 bij Parma

Op de heenweg naar Pozzuoli ging op de A1 vlak voor Parma plotseling het motorwaarschuwingslampje branden en verloor de auto alle kracht. Geen gas meer. We hadden net genoeg vaart om een parkeerplaats te bereiken, wat ons waarschijnlijk het ergste heeft bespaard. Wat daarna volgde, verliep verrassend soepel: ADAC via de app gecontacteerd, terugbel vanuit Duitsland, Italiaanse partnerdienst, bergingsdienst. De auto belandde in een garage in Parma die professioneel, vriendelijk en zelfs via WhatsApp bereikbaar was. Het resultaat: twee onvrijwillige nachten in Parma, hotelkosten vergoed door de ADAC. En uit de pechstress werd een onverwacht verblijf in een prachtige stad, met warme chocolademelk en twee nachten in het Hotel Sina Maria Luigia, dat we zo opnieuw zouden boeken.

Pech 2: Zuid-Milaan op de terugweg

Op de terugreis van Pozzuoli naar Duitsland, we hadden de nacht in B&B La Borasca ten zuiden van Milaan doorgebracht en waren net weer onderweg, toen de auto na ongeveer 30 kilometer opnieuw de geest gaf. Tweede pech, zelfde reis. Weggesleept naar San Donato Milanese, spontaan ingecheckt in het Crowne Plaza Linate . Geen toeristenhotel, maar een groot zakenhotel vlak bij het vliegveld. En dat was in deze situatie goud waard: duidelijke procedures, rustige kamers, goed restaurant. Via de ADAC was er een huurauto beschikbaar op het vliegveld. Twee nachten later reden we met die huurauto terug naar Solingen. De eigen auto volgde na een eindeloos slepende discussie met de ADAC en is inmiddels verkocht.

Wat we uit beide ervaringen hebben meegenomen: het ADAC Plus-lidmaatschap is op dit traject geen optie, maar een verplichting. Hotelkosten worden vergoed, slepen is inbegrepen, en in het weekend is vooral één ding nodig: geduld, want garages openen pas op maandag. In noodgevallen geldt: breng het voertuig zo mogelijk van de rijbaan, doe het veiligheidshesje aan en zet de gevarendriehoek neer. De ACI-noodnummer is bereikbaar via 803 116, het Europese alarmnummer via 112. Of gewoon via de ADAC-app.

De ringweg om Rome en het brokstuk op de weg

Wie vanuit het noorden naar Pozzuoli rijdt, moet door of om Rome heen. De Grande Raccordo Anulare is een wereld op zich: veel verkeer, veel vrachtwagens en een wegdek dat er soms uitziet alsof het al jaren geen onderhoud heeft gehad. Tijdens een van onze ritten klonk er een knal als een schot. Een brokstuk op de rijbaan. Je ziet het niet aankomen, je hebt geen kans om te ontwijken. We dachten meteen: dit is het, de auto is verloren. We hadden geluk: hij reed nog. Met een ongemakkelijk gevoel, maar hij reed tot aan Pozzuoli. Ons advies: rijd op de ringweg om Rome extra waakzaam, houd ruime afstand en verminder bij nacht of slecht zicht de snelheid. Brokstukken op de rijbaan zijn er helaas geen uitzondering. Op sommige plaatsen is de staat van het wegdek rond Rome ronduit matig.

Op een wegrestaurant bij Roma: kort daarvoor had het flink gekrapt, we hadden een brok puin overreden en konden gelukkig onze reis vervolgen.

Op een wegrestaurant bij Roma: kort daarvoor was er een harde knal geweest, we hadden een brokstuk overreden en konden gelukkig onze reis voortzetten.

(Foto: © Bastian Glumm)

Tussenstop: waar overnachten?

De totale afstand van Solingen naar Pozzuoli bedraagt ongeveer 1.600 kilometer, afhankelijk van route en verkeer is de pure rijtijd 14 tot 17 uur. Puur theoretisch althans. Een overnachting is onvermijdelijk. De langste etappe maakten we trouwens kort voor kerst 2024: van Solingen tot Firenze op één dag. Daarna kroop ik als enige bestuurder op mijn tandvlees het Hotel La Fortezza binnen.

In de omgeving van Milaan

Wie de Zwitserse route rijdt, komt na ongeveer acht à negen uur in de streek ten zuiden van Milaan. Een heel aantal accommodaties kennen we uit eigen ervaring. Het Break Hotel in Ospedaletto Lodigiano ligt direct aan de A1: een modern pand, rustige dependance-kamers met directe toegang tot de parkeerplaats en een goed restaurant. Na 13 uur rijden was dat bijna luxe. Het B&B La Borasca in Casalpusterlengo is een heel andere ervaring: een historisch landhuis, vier kamers, een hartelijke gastvrouw en een verzorgd ontbijt. Wie niet in een anoniem transithotel wil slapen, is hier precies op de juiste plek. Meerdere keren overnachtten we ook in eenvoudige kamers in Lodi.

In Bologna

Wie vroeg vertrekt en Bologna haalt, vindt daar een van de mooiste steden van Noord-Italië als tussenstop. We hebben er overnacht in het Hotel Fiera , gunstig gelegen en solide. Bologna zelf is elke overnachting waard: de Piazza Maggiore, de Due Torri, de arcades, het eten. Tagliatelle al Ragù in Bologna is een heel andere wereld dan alles wat in Duitsland als "Bolognese" bekend staat.

In Verona (Brennerroute)

Wie via de Brenner rijdt, biedt zich Verona aan als ideale tussenstop . Direct aan de A22 gelegen, en de binnenstad is ook voor een korte avondwandeling prachtig. Op de terugreis is het trouwens uitstekend overnachten in Zuid-Tirol. We hebben er meerdere keren eenvoudige maar zeer uitnodigende accommodaties gevonden die bovendien redelijk geprijsd waren. Een mooi voorbeeld is de Gasthof Mesnerwirt am Ritten.

De A1 tussen Bologna en Firenze

Wie tijd heeft, raden we de oude panoramaroute van de A1aan, de oorspronkelijke Autostrada del Sole door de Apennijnen. Bochtig, nauwelijks bereden, met adembenemende uitzichten over het Toscaanse heuvellandschap. Een stukje Italië ver van tunnels en snelwegen. Prettig bijeffect: de panoramaroute is aanzienlijk ontspannender te rijden dan de "moderne" A1.

Pauze op een parkeerplaats in Zwitserland in de winter.

Pauze op een parkeerplaats in Zwitserland in de winter.

(Foto: © Bastian Glumm)

In de hoogzomer en in de winter

We hebben de route in elk seizoen meegemaakt. In de zomer is de hitte tussen Rome en Napels meedogenloos: een goed werkende airconditioning is een must, net als water in de auto, en de tankstations zijn overvol (eigenlijk altijd). Maar de avonden in Pozzuoli daarna zijn des te mooier. In de winter is de route wat rustiger en sneller, maar de Brenner kan verrassingen in petto hebben en de Zwitserse bergpassen zijn soms afgesloten. Winterbanden zijn verplicht, niet optioneel. Tip: rijd nooit vlak voor kerst. De Italiaanse snelwegen zijn van Como tot Palermo overvol en verstopt. We hebben het twee keer meegemaakt en het was geen pretje.

Wat we na zeven ritten weten

Hoe laat men ook in Solingen vertrekt, er staat ergens file. Zo niet in Duitsland, dan misschien in Basel, bij de Gotthard sowieso, en vroeg of laat ook ergens in Italië. Daar moet je gewoon rekening mee houden. De vignette voor Zwitserland of Oostenrijk mag nooit vergeten worden. Wie de route vaker rijdt, bespaart met de Telepass tijd en ergernis. Tanken altijd buiten de snelweg, en een middagpauze met een echte espresso en pasta in een bar bij de afrit kost 20 minuten en is elke cent waard. En het ADAC Plus-lidmaatschap? We hebben het twee keer op één enkele reis nodig gehad. Onmisbaar.

In oktober 2026 rijden we deze route voor het laatst als doorreizigers, daarna verhuizen we definitief naar Pozzuoli. Vanaf dat moment schrijven we niet meer als bezoekers, maar als echte inwoners van Zuid-Italië. Alles wat je moet weten over emigreren naar Italië is hier te vinden op Vivere in Italien.

Delen:

Vond u dit artikel interessant?

Ontvang dan elke zondag de nieuwste artikelen over het leven in Italië rechtstreeks in uw inbox.


Dit is wellicht ook interessant