Wie in Italië een supermarkt binnenstapt, bijvoorbeeld een vestiging van Conad, Coop of Esselunga, ziet op het eerste gezicht weinig verrassends. Winkelwagens, tl-buizen, kassarijen, de vertrouwde logica van de schappen. Toch valt al snel op dat hier het een en ander anders geordend is. Dat begint al bij de tomatensaus: waar in Duitsland misschien twee of drie varianten staan, strekt zich in Italië een heel schap uit, Passata, Pelati, Datterini, San Marzano, met of zonder basilicum, in glas of blik.
Aan de toonbank: nummertje trekken en wachten
Een artikel op Italy Segreta omschrijft dit treffend als "een stille kaart van Italië in sausvorm". Direct ernaast torenen pakken pasta in alle denkbare vormen, van lange, platte Pappardelle tot spiraalvormige Fusilli en regionale specialiteiten. Pasta is hier geen bijgerecht, maar een kleine wetenschap.
Bij de versafdelingen wordt het verschil nog duidelijker. In veel grotere supermarkten trekt men een nummertje, wacht tot het eigen nummer oplicht en ziet ondertussen hoe de Prosciutto flinterdun wordt gesneden. Het personeel is oplettend, vriendelijk en geeft doorgaans snel een tip.

Wie er voor het eerst staat, hoort vaak de vraag "Un etto?" , dus zo'n honderd gram, en leert dat vleeswaren en kaas hier vrijwel altijd op gewicht worden besteld. Zoals op het reisforum van Rick Steves staat: "It's easy once you know your etti." Een klein verschil in de gang van zaken, maar het zegt veel over de Italiaanse dagelijkse cultuur . Tijd speelt een minder grote rol, en een vriendelijke babbel hoort er gewoon bij.
Ruime keuze, maar nauwelijks filterkoffie in het schap
Wie door de schappen loopt, ontdekt nog meer eigenaardigheden. Filterkoffie is vrijwel onbekend; in plaats daarvan staan rijen espressomengsels voor moka-kannetjes en machines. In het koelschap staat geen karnemelk en nauwelijks kwark, maar wel Ricotta, Mascarpone en romige varianten verse kaas, die laten zien dat Italiaanse zuivelproducten eerder richting dessert of pasta-ingrediënt neigen. Het ontbijt is zoeter van aard: hele schaprijen zijn gewijd aan "biscotti" en "merendine", verpakte kleine koekjes en gebakjes die in Italië bij de ochtendkoffie horen.
In het vriesvak ligt weliswaar pizza, maar ook Arancini en Focacce, typische snacks die hun regionale karakter bewaren. Water wordt gesorteerd op bruisgraad, wijn is een alledaags product, geen bijzondere aankoop. En wie geïnteresseerd is in olijfolie, kan urenlang etiketten vergelijken: Ligurië, Apulië, Sicilië, elke olie met een eigen karakter.

Supermarkt vaak diepgaand regionaal bepaald in het assortiment
Ook The Tuscan Mom wijst erop dat Italiaanse supermarkten weliswaar modern zijn georganiseerd, maar in hun assortiment diepgaand regionaal bepaald zijn. Het aanbod weerspiegelt niet het globale merk, maar de lokale smaak. Zo ligt naast industriële pasta een kleine, handgemaakte variant uit de streek, en naast bekende koffimerken zijn lokale branders te vinden. Zelfs de wijnafdeling voelt soms aan als een wandeling door het land.
Boodschappen doen in Italië is geen toeristische attractie, maar deel van het dagelijks leven. Wie zich ervoor openstelt, krijgt een kleine inkijk in het ritme en de voorkeuren van het land. Het zijn de onopvallende verschillen die de nieuwsgierigheid prikkelen: de toonbank met nummertje, de verscheidenheid aan pasta, de Ricotta in het koelschap. Een gang door de supermarkt laat zien dat men Italië niet alleen in Trattorien en op pleinen leert kennen, maar ook tussen Passata, Pecorino en een goede liter wijn.




